Boerenbruiloft – 14 februari 2026

Carnavalsthema: “Veul Liefde”

’t Goei Klompengat

Op 14 februari 2026 kleurde ’t Goei Klompengat zich in de geest van carnaval en oude tradities. Onder het thema “Veul Liefde” traden Treeske en Marcus in het onecht huwelijk een eeuwenoude carnavaleske gewoonte, maar geworteld in echte verbondenheid.
Het was méér dan spel. Het was een levend verhaal over trouwrituelen op het platteland.

Naoberschap de kracht van de gemeenschap

Wat hier zichtbaar werd, herkende ik direct: naoberschap. Ongeschreven burenplichten, typerend voor het platteland en beschreven in de Canon van Nederland. Ongeveer honderd jaar geleden waren er nog geen loonwerkers. Boeren hielpen elkaar met hooien, met koe-kalveren, met oogsten. Men stond naast elkaar niet alleen bij de dood, maar ook bij het huwelijk.

Een boerenhuwelijk was nooit van twee mensen alleen. Het was van de hele gemeenschap.

Vrouwen smeerden broodjes en bereidden het eten. De deel werd schoongemaakt. Vijf weken geleden waren de koeien weer naar de wei gegaan  de zogenaamde Koeiendans, teken van voorjaar en nieuw begin. Alles stond in het teken van opkomst, van leven.

De aankondiging

Gerry en Tooske zegden de buurt aan: de bruiloft komt eraan. Met een roosje aan de pet brachten zij het nieuws. En bij zo’n boodschap hoort een borreltje.
Er was ondertrouw en inschrijving. Het feest bij het Prinsenhof. Vaak was de ondertrouw groter dan het huwelijk zelf.
Eergisteren brachten de buren een bruidskoe — één van de beste jonge, drachtige koeien uit de veestapel. Bruidsschat voor Treeske en Marcus. Op de weg werd een touw gespannen met bloemen: een symbolische grens tussen oud en nieuw leven.

 

De grote dag – 14 februari

 

 

Rond 9.00 uur werden Marcus en Treeske opgehaald.
Om 10.00 uur ontbijt bij Grandcafé De Bank.
Een uurtje dweilen bij Andrea’s Borrelbar.
Een drankje bij Den Ekker.
En een groot feest in Plaza Fiesta.
U zag het bruidspaar in kleding uit 1920.
Treeske als eenvoudige boerendochter:
een brede strook kant aan de knipmuts,
een dikke laag rokken  waardigheid in eenvoud.
Marcus zonder modern zwart pak, geen vestje van deze tijd.
Geen gouden of zilveren horloge.
Zuinigheid van vroeger wat wij nu duurzaamheid noemen.
Geen klepbroek, geen pronkstuk. Gewoonheid als trots.

 

Ik zocht naar je tas, Treeske  met kerkboek, pepermunt en een kleine portemonnee.
Ik zag meiden in zwarte rokken met zijnaad en noadzak.
En schoenen? Nee.
Bij een boerenhuwelijk zijn klompen verplicht.
De geest van 1922
Ik stond erbij en herkende een verhaal uit 1922.
Gemeenschappen met stalraampjes als teken van welstand.
Samen werken. Samen vieren.
En zo begon het huwelijk met de Aouw Steeke.
Een goed flesje werd geopend.
Want dit is ons bruiloftspaar van honderd jaar geleden.
Carnaval, voorjaar, liefde en gemeenschap in één ritueel.
Laat de bruiloft beginnen.

M.de Jong | Stichting Ma Jong | Afdeling Best